2006-02-02: Pakistan: Ultar Gletsjer. Wonderschoon en doodop naar het basiskamp

We stappen er vroeg uit en ik weet nog niet goed wat ik van deze dag moet verwachten. Het was warm genoeg gisteren in de kamer en nu ben ik wel toe aan een warme douche. Ik ben niet helemaal fit merk ik en voel me wat slapjes. Als ik naar buiten loop rond een uur of 8 om de auto in te pakken is het licht bewolkt. Niet de ideale omstandigheid om te gaan tracken, omdat je dan misschien de bergtoppen niet kan zien. Het restaurant van het hotel zit nog dicht en ook is er verder geen leven te bespeuren, waardoor ik besluit vast de tas te gaan pakken voor de tocht.

Mijn gevoel wordt er niet beter op. De bergoplopende van de kamer naar het restaurant laat me al redelijk moe zijn, maar ik ben vastbesloten om de tocht te gaan maken en neem wat extra wc papier mee. Samen met biscuits en fles water en het nodige droge thermo ondergoed wil ik de GPS meenemen, maar ik krijg deze niet lekker opgeborgen en wil ook niet dat deze stuk gaat. We nemen deze alleen maar mee omdat we de weg anders misschien niet terug kunnen vinden als we alleen de bergen ingaan. De Rakaposhi ligt inmiddels in een flinke wolk. De Rakaposhi is een berg van ik geloof rond 7800 meter en ligt pal voor ons naar de Diran Peak, ook al ben ik hier nog niet erg mee bezig.

DE man van het hotel die ons gisteren informatie gaf voor de tocht wordt nu opgetrommeld door de vader om ons te begeleiden als we erom vragen. De oude knakker die op het complex rondloopt heeft flinke rimpelvorming van het harde weer hier en vertelt ons duidelijk dat we het niet zonder gids moeten doen. In plaats van 9 uur vertrekken we nu om 10.00 uur en de jonge berggeit met zijn iele lichaam neemt een maat van hem mee. Deze loopt mee om naar het wild voor de jacht te kijken is het antwoord en niet verder denkende lopen we de berg op.

Stap voor stap dendert het al in mijn lichaam als we het dorp nog niet uit zijn. Herbert begint al wat achter te raken. De knaloranje jas die hij nieuw heeft gekocht in Gilgit staat hem goed, maar het valt wel op dat deze wat achter b lijft. Met het tong op de lippen lopen we dan ook al achter de 2 berggeiten aan langzaam het dorp uit.

Ultar track staat betiteld als een track die goed te doen is en eventueel alleen gemaakt kan worden, maar dan hebben we het over zomertijd. Verder zijn er nog wat tracks naar andere punten, maar die duren langer als 1 dag. Deze track gaat 700 meter omhoog in een wandeling van 3 tot 4 uur en de berggeiten voor ons vertellen ons dat het haalbaar is in 2,5 uur. Na de helling in het dorp waar we door een paar oude mannen naar een andere weg worden verwezen door de net gevallen verse sneeuw, komen we uit bij een waterkanaal. Hier staat een boom waar de berggeiten al snel in lopen te rukken. Ze willen wandelstokken hebben. Het gaat ze zo moeilijk af dat ik het multiset erbij pak en er wordt dankbaar gebruik gemaakt van het zaagblad. Herbert neemt zijn pauzes tussendoor voor de sigaretten en ondanks dat dit nog redelijk ging voel ik wat maagkrampen komen en druk op de buik en bedenk me dat dit nog wel eens hinderlijk kon gaan worden.

Met de stokken in de hand vervolgens we onze weg. De waterkanalen leiden ons naar boven langs een steile afgrond en hoe hoger we komen des te mooier de pieken achter ons worden. We hebben uitgebreid uitzicht op Diran Peak en de Golden Peak, een berg die we later nog tegen zullen gaan komen. Het pad was zo goed en als we door zouden lopen zouden we Eaglesnest kunnen bereiken. Daar staat ook Altit fort, een kleinere uitvoering van Baltit fort, waar we op de terugweg langs willen. Dit is vandaag niet haalbaar en we zullen wel zien op de terugweg luid ons antwoord als we er even over babbelen met berggeit 1 en nummer 2.

Daarna wordt het wat spannender. De weg en track houdt op of is in ieder geval niet zichtbaar meer. Overal ligt sneeuw en voor en achter ons worden we begeleid door de berggeiten. Elke stap naar voren\ moet je over een rots stappen, langs een glijwand zetten en veelal zak je weg in 30 cm sneeuw met je voet. De berggeiten hebben hier geen last mee. Ze stappen gewoon door de sneeuw als of het een horizontale geasfalteerde weg is waar ze over heen lopen. Bij mij begint het echter zwaarder te worden. Zoals altijd loopt Herbert wel stevig door en langzaam vloeien mij krachten langzaam weg uit mijn lichaam. Het geknor wordt zo hevig dat ik besluit even te gaan hurken in de verse witte sneeuw. De anderen lopen door en ik hurk naast een grote steen met de broek aan de enkels en het spuit eruit door 30 cm sneeuw. De vlotte en snel afhandeling was een opluchting, maar betekend niet te veel goeds voor later. De anderen waren al verder en ik haal ze weer in.

Op sommige stukken komen we ijsvlaktes tegen en aan de wand naast ons hangt een grote ijsmassa van misschien wel 50 tot 100 meter lang, langs de berg naar beneden. Elke stap wordt zwaarder en in de verte doemt Ultar op met daarnaast Lady Finger, een kleiner bergpunt naast de Ultar kathedraal van ijs en steen. De krachten raken op en ik begin een pauze in te lasten om wat koekjes te eten en wat vocht bij te tanken. We zijn inmiddels 1,5 tot 3 uur onderweg en nemen plaats op een rots. Herbert kan het wel waarderen en de ongemerkte competitiedrang laat me besluiten door te zetten tot het bittere einde. Ook al zal ik een uur later aankomen, aankomen zal ik er !

Omhoog kijkende is er een gebied die lijkt op een landverschuivingsgebied. Hier verwachten we het basiskamp. Of beter gezegd, ik hoop dat het basis kamp hier zit. Na 3 uur wandelen wordt het echt zwaar. DE afstrand is nog langer als verwacht en het steile landverschuivingsgebied moeten we niet omheen, maar beklimmen. Om de 5 minuten moet ik even wachten om weer de krachten in mijn lichaam te laten vloeien. Net als een batterij die even niet balast moet worden om de resterende spanning te verzamelen, laad ik me weer op voor de volgende paar meter omhoog.

Als ik voor de tweede en derde keer noodgedwongen de broek aan de enkels heb, bedenk ik me hoe raar het is. Er komt niets meer uit als heet vocht en de sneeuw smelt als sneeuw voor de zon weg om een spoor van 30 cm diep naar de ijsmassa te maken. We lopen inmiddels op ijs en elke stap die je zet, moet je goed kijken waar je de volgende voet neerzet. Soms moet je wat zoeken naar wat grip en dan boven de macht van je benen, je lichaam omhoog drukken. Herbert loopt nu regelmatig voorop. Normaal is dat redelijk vreemd, maar nu logisch. Ik begin me stiekem zorgen te maken. Er komen zal ik wel, maar ik moet ook weer terug en mijn lichaam is gewoon op, op dit moment. En dat maakt wat bang over welke afstand het nog verder is.

We genieten echter wel met elke stap, dat het ons lukt om naar boven te kijken. De sneeuwlagen, de grote bergen, lady finger die ons aankijkt. Het schijnt zo te zijn dat er een vogel op de bergtop zit die lawaai begint te maken als er een bergbeklimmer aankomt volgens de legenden. De klimmers die de tocht maakten om de top te bereiken, werden dan bedolven onder een lawine om nooit meer op te staan. Uiteindelijk is de berg wel bedwongen door iemand, al moet ik het lezen in de Lonely Planet. De berggeiten onthouden zich van toelichting.

Als na 10 pauzes, meerder achterstanden en een leeg gevoel in een keer berggeit 2 aan de loop gaat zien we het restaurant verder op staan. Eindelijk, maar voordat we er zijn heb ik nog 10 pauzes nodig en duurt het oneindig lang voor ik via de glijmassa van de gletsjer het eerste pand bereik. Deze zit op slot en verderop bij het tweede pand is onze begeleider al bezig om de deur te openen. Het is hier verlaten en er is niemand. De sneeuw waar we doorheen liepen was vers en we waren de eersten die de track weer maakten na lange tijd om onze eigen weg te vinden vandaag. Het restaurant is normaal open in de 3 zomermaanden. Nu is het verlaten, koud en ben ik blij dat we er bijna zijn. Nu de laatste meters nog.

Je moet je voorstellen dat je een kathedraal van bergen in loopt. Ultar 1 en Ultar 2 kijken je aan nadat je de steile landverschuiving hebt overwonnen. DE bergen komen samen en je ziet een grote vlakte van ijs, waar regelmatig sneeuw overheen dendert en waarschijnlijk ook gevaarlijk kan zijn. Maar we worden beloond stiekem. Op een van de ijsvlaktes horen we gerommel en we zien een grote ijs en sneeuwmassa naar beneden denderen tussen de twee Ultar Peak’s. Na een paar honderd meter blijft er een grote witte wolk van sneeuw hangen en paar momenten denk je dat deze naar je toe komt. We zaten er echter nog een paar kilometer vanaf en we waren toeristen die het eersterangs konden bekijken. En nu snel door naar dat restaurant.

Eenmaal aangekomen als laatste staat Herbert me te filmen. Ik ben op kapot en hij loopt me te begekken en vraagt of ik nog wat wil zeggen en hetgeen wat je het liefste wilt komt eruit vreemd genoeg. “Ik hou van je Nederland!” en ik plof hard op de grond neer op de grond van het bouwvallige keetje, waar we een vuurtje stoken om ons aan op te warmen. Alles is nat en zeker vanaf het moment dat we op de ijsvlakte zitten is het niet meer warm te krijgen. Nu zitten we met blote voeten op een gloeiend hete plaat alles op te warmen

We rusten een uur en we hebben het weer warm. De koekjes en het water doen ons goed en we vermaken ons met leuke verhaaltjes en warm vuur. Het vuur laat zo veel rook achter in het pandje dat we allemaal lopen te kuchen en elkaar uit lachen als een ander weer in de rook zit. Het maakt echter niet uit, want je wordt weer warm. Na goed warm te zijn weer en de sokken, handschoenen en schoenen weer droog te hebben, trek ik het thermo ondergoed aan voor de terugweg en is mijn batterij weer vol. Ik maak wat mooie foto’s van de gletsjers en de omgeving. Dezelfde weg leid ons weer terug en je merkt in de knieën dat het soms te hard naar beneden gaat. Waar we heen 4 uur moesten doen lopen we het nu in 1,5 uur naar beneden. Het loopt heerlijk. Je kan genieten van de omgeving en ziet de toppen van Diran en Golden Peak weer opdoemen. Eagle nest zit er niet meer in, maar we gaan fijn naar huis. Doodop lopen we het laatste stuk.

Mijn lichaam is niet meer fit te krijgen. Ik heb het koud en ook in het dorp teruggekomen moet ik naar het toilet. Volgens de berggeiten die naar hun liefjes zijn gevlucht op de hoek van de straat is er “no way ” een toilet te vinden en ik ga gewoon in de goot zitten. De koekjes zijn blijkbaar al verteerd en een grote opluchting volgt. Thuis klap ik in. Het is vier uur en ik ga naar bed. De show is over en aangezien we morgen weer verder willen ga ik krachten verzamelen. Voor mij geen kip meer bij Haider Inn.

Herbert duikt internetcafe in en ik kan de krachten niet verzamelen om daar later ook heen te gaan , zoals ik eigenlijk wou. IPV 8 uur schiet ik om 11 uur wakker als Herbert staat te bonken en ik baal dat ik onder de loodzware dikke dekens weg moet komen. Er staat dan weliswaar een kacheltje, maar die verwarmt de ruimte niet helemaal.

Herbert had een leuke avond met nieuws uit Nederland. Voldaan slaap ik zo weer weg om morgen weer fit te kunnen zijn. De eerste track van mijn leventje was heftig, maar ik zou het zo weer doen. Doorzettingsvermogen heeft gewonnen en ik zou het zo weer doen. Wat een prachtige omgeving.